Aardingsweerstand meten

De aardingsweerstand is de weerstand tussen de aardingslus en de omringende aarde.

De aardingsweerstand wordt gemeten met de aardingsmeter. De meter stuurt bij het meten een wisselstroom van ongeveer 0,3 A de grond in.

  1. De hulpelektroden B en C worden in de omgeving van de woning in de grond geduwd. Als dit niet mogelijk is, dan wordt een andere verbinding met de grond gebruikt (spoorstaaf, waterleiding, …).
  2. De afstand AB en AC moet liefst zo groot mogelijk zijn (minimaal 10 tot 20 meter).
  3. De gemeten waarde is de ohmse weerstand tussen de aardingslus en de omringende aarde door toedoen van hulpelektrode B en C.